Poëzie is het maken van betekenis
Poëzie is het maken van betekenis
De lege wereld van Nachoem M. Wijnberg
Nachoem M. Wijnberg is een productieve dichter: Divan van Ghalib is zijn twaalfde bundel, twee verzameluitgaven niet meegerekend, en zijn vierde van de afgelopen vijf jaar. Aanvankelijk werd zijn werk als duister beschouwd vanwege de vele verwijzingen naar religie, filosofie en mythologie, de laatste jaren leek hij een helderder toon gevonden te hebben, en zijn laatste bundels, waaronder ook het fraaie Liedjes (2006) vonden veel weerklank bij het publiek. Zijn vorige bundel Het leven van (2008) werd bekroond met de VSB Poëzie Prijs.
Wijnberg merkte ooit op dat een ‘kind van twaalf’ zijn gedichten kan begrijpen, maar dat lijkt me overdreven. Het zijn onthechte taferelen die hij beschrijft, en hoewel beslist in begrijpelijke woorden vervat is het moeilijk vast te stellen wat het verband is tussen de opeenvolgende zinnen. De wereld die in zijn werk naar voren komt is de wereld zoals we die kennen maar vreemd en leeg: de samenhang is verbroken. Vaak is er iemand aan het woord die hardop mededelingen doet, zichzelf vragen stelt of tot een bepaalde conclusie komt. Wie degene is of wie zijn toehoorders zijn blijft in het midden.
Divan van Ghalib is met ruim 160 bladzijden Wijnbergs meest omvangrijke bundel. Hij staat in het teken van Mirza Ghalib (1797-1869), een van de bekendste Indiase dichters. De verwantschap tussen beiden ligt in het feit dat ze een fascinatie hebben met het geloof en daar op vrijzinnige manier mee omgaan. Binnen zijn streng islamitische omgeving was Ghalib een opvallende figuur omdat hij het geloof meer in zichzelf zocht dan bij een bovenaardse god. Bij Wijnberg speelt religie al vanaf het begin van zijn werk een grote rol, al lijkt hij er nog het meeste op uit om daarmee juist de absentie van een god te benadrukken.
We volgen de historische figuur Ghalib aan de hand van bespiegelingen over zijn verhouding tot andere dichters (‘Ghalib, je bent niet de enige die kan schrijven’) of zijn warme band met de Engelse overheerser. Daarbij wordt er veel gefilosofeerd, soms specifiek over liefde of dood, vaak ook abstract: ‘Wat is dat, als iets stopt en omkeert, maar eigenlijk verdergaat.’ Ghalib komt als een personage aan het woord en er is een andere figuur die hem tegenspreekt. Soms weet je niet wie er aan het woord is, en er zijn ook gedichten die niet over Ghalib maar over Bijbelse taferelen gaan, vele eeuwen eerder dus.
Wijnberg heeft zo’n neutraal stemgeluid dat het zich ook allemaal evengoed vandaag de dag zou kunnen afspelen. De toon is laconiek, ook als het gaat om de Bijbelse taferelen: ‘Weet je wie voor de deur staat, een van de joden die in haast uit Egypte weggingen’ – dat klinkt alsof het iemand van de Hartstichting is. Heden en verleden worden door elkaar geweven, zoveel is zeker, en het geeft deze bundel zijn eigen, onmiskenbare en vervreemdende geluid.
Soms kom je er bij herhaalde lezing niet achter wat het nu precies is waar het om gaat, bijvoorbeeld: ‘Ik dacht dat het gratis was, maar wordt (sic) gevraagd te betalen; / waar ik voor zou willen tekenen, dat betekent: als het mij van tevoren aangeboden was had ik ja gezegd en niet om meer gevraagd.’ Wat hier de logica is en tegen wie de ‘ik’ het heeft blijft een raadsel, evenals de vraag of er sprake is van een moedwillige grammaticale fout.
Wie op grond van zijn laatste bundels dacht dat Wijnberg nu eindelijk begrijpelijk is gaan schrijven komt bedrogen uit. ‘Poëzie is het maken van betekenis,’ schrijft Wijnberg, en die betekenis zit hem in de verschuivingen, in de verdubbelingen, in de tegenspraak. Binnen een bundel losse gedichten werkt dat goed omdat elk gedicht een nieuw begin is, maar binnen deze thematische context zit je als lezer af en toe helemaal klem. Doorzetters worden beloond met regels als: ‘Zeg niet tegen Ghalib dat hij ironisch is, want dat wil hij niet zijn / behalve dat hij nauwelijks meer kan ademen – ja, daarna wil hij wel ironisch zijn.’
Divan van Ghalib. Contact, 162 blz.
dinsdag 27 oktober 2009